Over het belang van vaderschap

Black Molly

Ik kon die bijnaam nooit goed plaatsen

Black Molly

Elk jaar maakten we in de klas een knutselwerkje voor vaderdag. Iedereen deed dat vanzelfsprekend voor zijn of haar vader. Ik niet. En als ik een voetbalwedstrijd had, wist ik dat mijn vader niet tussen de andere vaders aan de zijlijn stond om me aan te moedigen. Ik ben opgegroeid zonder vader. Dat ik hem miste kan ik niet zeggen, ik kende hem niet en ik wist niet beter dan dat mijn vader er niet was. Maar achteraf gezien waren dit wel momenten waarop ik een vaderfiguur miste.

 

Mijn moeder was zeventien jaar toen ze zwanger raakte van mijn vader. De zwangerschap zorgde voor een ruzie tussen mijn moeder en haar ouders. Ze woonde op dat moment overigens niet bij haar ouders, maar bij haar opa en oma, mijn overgrootouders. Iets wat in de Javaanse cultuur niet ongebruikelijk is. Mijn overgrootoma wilde niks van mijn vader weten. Niet alleen omdat mijn moeder op zo’n jonge leeftijd zwanger was geraakt, maar ook vanwege zijn van Creoolse afkomst. De oudere generatie Javanen uit Suriname, zoals mijn overgrootouders, hebben vaak een heel negatief beeld van Creoolse mensen.

 

“Op mijn achtste vond ik een foto van mijn vader,
toen zag ik dat hij een zwarte man was.”

 

Voor mijn eerste verjaardag verdween mijn vader uit het leven van mijn moeder en mij. Ik groeide op bij mijn moeder en overgrootouders. Over mijn vader werd niet gesproken. Zelf vroeg ik ook nooit naar hem. Want ondanks dat niemand over hem sprak, of misschien wel juist daardoor, heb ik altijd gevoeld dat het mijn moeder zou kwetsen. Wel kreeg ik van familieleden de bijnaam ‘Black Molly,’ een zwart visje. Ik heb altijd gedacht dat ik volledig Javaans was en kon die bijnaam nooit goed plaatsen. Maar op mijn achtste vond ik bij ons thuis een oude koffer, met daarin een foto waarop mijn vader stond met mij als baby. Toen zag ik dat mijn vader een zwarte man was.

Pas op mijn veertiende sprak mijn moeder voor het eerst met mij over mijn vader. Ik keek naar een aflevering van ‘The fresh prince of Bel Air,’ waarin Will Smith zijn vader op bezoek krijgt, die hem ooit in de steek liet. Will is ontzettend blij en trots, totdat zijn vader hem opnieuw in de steek laat. ‘Ik heb ook ergens een vader…’ dacht ik. Mijn moeder zag dat het me raakte en vroeg: ‘Zou je ook je vader willen ontmoeten?’

 

“Twee weken later stond mijn vader bij ons voor de deur”

 

Ik was zo verbaasd dat ze me dat vroeg, dat ik niet eens meer precies weet hoe ik reageerde. Maar ik denk dat ik ‘ja’ heb gezegd, want na een paar telefoontjes was de afspraak gemaakt. Twee weken later stond mijn vader, samen met zijn toenmalige vrouw, bij ons voor de deur. Hij gaf me meteen een ‘brasa’ -een knuffel- en ik deed hetzelfde, maar het voelde een beetje ongemakkelijk. Ik wist dat hij m’n vader was en was blij om hem te zien, maar tegelijkertijd was hij een vreemde voor mij.

We hebben samen een eindje gewandeld en ik hoorde voor het eerst zijn verhaal. Na mijn geboorte kwam hij regelmatig langs, maar mijn moeders familie -met name mijn overgrootoma- wilde niks van hem weten. Soms reed hij zelfs rond in de buurt van ons huis, in de hoop mij te zien. Toch begreep ik wel waarom mijn moeder al die jaren zo boos op hem was. Hij vertelde namelijk ook dat hij getrouwd was op het moment dat mijn moeder zwanger raakte en ook kinderen had uit dat huwelijk. Deze situatie, gepaard met de manier waarop mijn moeders familie hem behandelde, maakte dat hij destijds is weggegaan, niet omdat hij niet van me hield.

 

“Soms vraag ik me af of mijn leven anders was gelopen
als mijn vader er was geweest”

 

Ik ben nu vijfendertig en heb mijn vader in de afgelopen jaren leren kennen als een warme, aardige man. Qua uiterlijk en karakter herken ik veel van mezelf in hem. Ik ben ook blij dat mijn kinderen hun opa kennen. Mijn vader houdt van muziek; hij had jarenlang een dansschool en speelde in een reggaeband. M’n huis staat vol met instrumenten die mijn vader voor zijn kleinkinderen heeft meegenomen. Toch vind ik het soms nog steeds lastig om hem ‘papa’ te noemen en maak ik vaak eerst oogcontact voordat ik hem aanspreek.

Soms vraag ik me af of mijn leven anders was gelopen als mijn vader er was geweest. Zou ik langer naar school zijn gegaan? Zou ik het verder hebben geschopt met voetbal? Het feit dat ik in mijn jeugd een vader miste, maakt dat ik het extra goed wil doen met mijn eigen kinderen. Soms betrap ik mezelf erop dat ik best streng ben, vooral voor mijn zoon. Ik denk dat ik hem onbewust hard wil maken en discipline bij wil brengen, omdat ik die invloed vroeger zelf heb gemist.

 

“Mijn zoon draagt de achternaam van mijn vader als zijn tweede naam”

 

Ik draag nog steeds de achternaam van mijn moeder, dat vind ik belangrijk. Zij is degene die mij heeft verzorgd en opgevoed. Maar mijn zoon draagt de achternaam van mijn vader als zijn tweede naam. Zo geef ik toch iets door van mijn vader. De namen van mijn kinderen heb ik op mijn arm laten tatoeëren. Zo draag ik niet alleen hun namen, maar tevens de achternaam van mijn vader altijd met me mee.

Persoonlijk verhaal van Jason
Namen zijn geanonimiseerd

Door Carmen Kromosono
VADERS aanwezig | januari 2016

 

Facebooktwitterlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

VADERS aanwezig

 

wordt mogelijk gemaakt door
Bureau Beschermjassen

 

een initiatief van het
Hendrik Pierson Fonds

 

 

 

Contact

Voor contact met de redactie van VADERS aanwezig, mail naar info@vadersaanwezig.nl

Archief
Nieuwsbrief
Op dit moment lezen 454 mensen onze nieuwsbrief. Wilt u ook de nieuwsbrief ontvangen? Meld u dan hier aan.


 

Volg ons op TwitterVolg ons op Twitter