Over het belang van vaderschap

De jongen die altijd bij opa en oma is

‘Het was niet altijd makkelijk maar het heeft me ook veel gebracht’

De jongen die altijd bij opa en oma was

Ik heb altijd geweten wie m’n vader is, net zoals hij altijd heeft geweten dat ik zijn zoon ben. Maar meer dan dat was het niet. We woonden in hetzelfde dorp, dus ik kwam hem wel eens toevallig tegen of we zagen elkaar bij de familie van m’n vaders kant, met wie ik altijd een goed contact heb gehad. Het contact met m’n vader zelf was echter altijd wat oppervlakkig; we groetten elkaar en vroegen hoe het ging. Van een vader-zoon relatie was geen sprake.

 

Nog voordat ik geboren werd, gingen mijn ouders uit elkaar. M’n moeder woonde destijds bij mijn opa en oma. Na mijn geboorte kreeg ze een nieuwe relatie, met m’n stiefvader. Ook toen m’n moeder op een gegeven moment met hem ging samenwonen, ben ik altijd bij m’n opa en oma gebleven. Hoewel mijn moeder ook haar steentje bijdroeg aan mijn opvoeding, ben ik eigenlijk door mijn opa en oma grootgebracht.

 

“Toen ik in de puberteit kwam besefte ik steeds meer
dat mijn situatie ‘anders’ was.”

 

Anders
Voor mij was dat de normaalste zaak van de wereld, ik wist niet beter. Maar toen ik wat ouder werd en in de puberteit kwam, besefte ik steeds meer dat mijn situatie ‘anders’ was. Ik heb een grote familie, met veel neefjes en nichtjes die ook vaak bij onze opa en oma over de vloer kwamen. Dan zag ik hoe hun vaders met hen omgingen en hoe dat verschilde van hoe mijn opa met mij omging.

Mijn opa en oma waren van een andere generatie en dat zag je terug in hun manier van opvoeden. Zo mochten mijn neefjes van dezelfde leeftijd al op stap, terwijl mijn opa mij daar nog te jong voor vond. Ook het cultuurverschil speelde een rol; ik ben van Javaans-Surinaamse afkomst. De oudere generatie Javanen vertelt hun kinderen bijvoorbeeld vaak wel dát ze iets moeten doen -of juist niet- maar ze leggen niet uit waarom. ‘Je moet je best doen op school,’ zei mijn opa altijd. Maar hij vertelde niet waaróm dat zo belangrijk was.

 

“Andere jongens voetbalden met hun vader.
Waarom was mij dat niet gegund?”

 

Ik heb een goede jeugd gehad bij m’n opa en oma. Ze zagen me als hun eigen zoon en hebben me alles gegeven en geleerd wat ze konden. Bovendien was het altijd gezellig, want m’n ooms, tantes, neefjes en nichtjes kwamen vaak langs. Maar toch… wanneer ik andere jongens met hun vader zag voetballen, of mijn neefjes en nichtjes met hun ouders op vakantie gingen, dacht ik wel eens: waarom is mij dat niet gegund?

Op vakantie naar Suriname
Het contact met mijn vader veranderde in 2003, toen mijn oma overleed en mijn vader me vanuit Suriname -waar hij destijds woonde- opbelde om me te condoleren. Dat was de allereerste keer dat hij me belde. Ik was toen 21 jaar. Het jaar daarop ben ik samen met m’n halfzusje naar Suriname gegaan, naar onze vader. Vanaf het allereerste moment verliep het contact heel natuurlijk en vanzelfsprekend. Ik leerde hem beter kennen en ontdekte onder andere van wie ik m’n flauwe humor heb.

Sinds die vakantie is ons contact verbeterd en is er van beide kanten meer erkenning. We hebben altijd geweten dat we vader en zoon zijn, maar nu voelt het ook meer op die manier. Dat zit in kleine dingen, zoals m’n vader die vraagt of ik hem naar Schiphol wil brengen of ik vraag of ik mee kan rijden naar Amsterdam. Dit zouden we elkaar voorheen nooit vragen.

 

“Ons contact is verbeterd, maar als ik écht hulp nodig heb vraag ik dat eerder
aan m’n neefjes dan aan m’n vader.”

 

Goed zoals het is

Het verleden hebben we nooit ter sprake gebracht. Waarom weet ik niet. Misschien zijn we allebei tevreden met wat we nu hebben. Ik ben sowieso niet het type dat vragen stelt: gebeurd is gebeurd. Veel mensen begrijpen niet dat ik nooit boos op m’n vader ben geweest. Maar ik vind het goed zoals het is, ik heb er vrede mee. Maar ik besef dat dit niet een vader-zoon relatie is, zoals het hoort te zijn. Als ik écht hulp nodig heb, vraag ik dat eerder aan m’n neefjes dan aan m’n vader.  

Ik denk dat mijn leven er anders uit had gezien als m’n vader betrokken was geweest bij m’n opvoeding. M’n ooms praatten met mijn neefjes over hun toekomst: Wat wil je later worden? Welke studie wil je doen? Ze brachten mijn neefjes naar de voetbaltraining en gingen mee naar wedstrijden. Ik had dat niet: mijn vader deed het niet en mijn opa kon het niet.

 

“Doordat ik altijd bij opa en oma was,
heb ik met al mijn neefjes en nichtjes een sterke band.”

 

Toch zou ik, als ik de kans kreeg om alles opnieuw te doen, niets willen veranderen. Ik was ‘die jongen die altijd bij opa en oma is.’ Dat was niet altijd makkelijk, maar het heeft me ook veel gebracht. Sommige neefjes hebben onderling een sterkere band omdat ze elkaar vroeger vaker zagen, of juist minder sterk omdat ze elkaar minder vaak zagen. Maar iedereen kwam altijd bij opa en oma, waardoor ik nu met iedereen een sterke band heb.

Mijn familie vind ik heel waardevol, met hen voel ik me verbonden. Daarom vind ik het jammer dat ik op m’n vijfde de achternaam van m’n stiefvader heb gekregen. Met die naam heb ik niks, geen bloedband en geen gevoel. In de toekomst wil ik weer de achternaam van mijn moeder -en daarmee ook die van  mijn opa en oma- aannemen. Mijn opa en oma hebben me opgevoed en daar ben ik trots op.

 

Persoonlijk verhaal van Randy
Namen zijn geanonimiseerd

Door Carmen Kromosono
VADERS aanwezig | april 2016

 

Facebooktwitterlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

VADERS aanwezig

 

wordt mogelijk gemaakt door
Bureau Beschermjassen

 

een initiatief van het
Hendrik Pierson Fonds

 

 

 

Contact

Voor contact met de redactie van VADERS aanwezig, mail naar info@vadersaanwezig.nl

Archief
Nieuwsbrief
Op dit moment lezen 454 mensen onze nieuwsbrief. Wilt u ook de nieuwsbrief ontvangen? Meld u dan hier aan.


 

Volg ons op TwitterVolg ons op Twitter