Over het belang van vaderschap

Lauk Woltring over SIRE campagne

Lauk WoltringZie met wat voor lol ze de wereld ingaan en wat je ermee kunt doen’

Lauk Woltring is gedragsdeskundige en specialiseert zich al vanaf de jaren ’70 in de ontwikkeling en het gedrag van jongens. Hij is één van de experts die de SIRE campagne -die opvoeders aan het denken wil zetten over de ontwikkeling van jongens- ondersteunt: ‘Jongens leren door middel van trial & error; ze proberen iets uit en zien wel waar het schip strandt.’

Foto: Ceciel Hattinga


Waarom is deze campagne volgens u zo belangrijk?

‘Er is de laatste jaren steeds minder waardering voor jongensgedrag, dat zie je op school, in de kinderopvang, eigenlijk in de hele maatschappij. Jongens zijn langzaamaan een beetje repressief benaderd: je moet stil zijn, je mag niet bewegen, je moet opletten. Ze zijn daardoor zo bezig met opletten dat ze vergeten dat ze aan het leren zijn. Jongens hebben vaak veel meer kwaliteiten dan er uitkomen. En wij -daar steun ik SIRE in- denken dat dit deels komt doordat er te weinig kennis is van hoe (de meeste) jongens zich ontwikkelen. Hierdoor worden ze teveel in hun ontwikkelingsruimte beperkt en kunnen ze in de knel komen. Opvoeders zijn het begrip voor typisch jongensgedrag gaandeweg een beetje kwijtgeraakt. Daar vraagt de campagne aandacht voor.’

 

Er is ook een groep mensen die -kort door de bocht gezegd- vindt dat SIRE zich niet met de opvoeding moet bemoeien. Wat vindt u daarvan?

‘Ik zie het vooral als een verzet tegen de stereotypering van jongens en meisjes. En hoewel ik persoonlijk meer de grijze gebieden zou hebben belicht dan SIRE doet (maar ik ben dan ook geen reclameman), vind ik de insteek van de campagne eigenlijk heel positief. Het start niet met allerlei rampzalige cijfers over jongens, maar met een beeld van jongens die lekker ravottend de wereld ingaan. Fantastisch toch? Natuurlijk doen sommige jongens dit niet en sommige meisjes dit ook; dat is waar bepaalde mensen over vallen, maar daar gaat het niet om! De kernboodschap is dat het met veel jongens niet zo goed gaat als we zouden willen en dat heeft (deels) te maken met te weinig kennis van de specifieke ontwikkelingskenmerken van (de meeste) jongens. SIRE heeft ook campagnes over onveilig verkeersgedrag en het stunten met vuurwerk. Dat heeft ook allemaal met opvoeding te maken en daar hoor je niemand over. Bovendien blijven ouders altijd zelf verantwoordelijk. Gaat het goed, dan gaat het goed.’

 
Jongens moeten de ruimte krijgen om zichzelf te ontwikkelen. ‘Ruimte’ is een redelijk breed begrip. Kunt u dat toelichten?

‘Ik wil het allereerst graag aanvullen met ‘contact, ondersteuning en de nodige begrenzing.’ Heel simpel gezegd bedoelen we met ruimte: blijf af van de dingen die jongens zelf kunnen (als ze daarbij een keer hun knie schaven is dat niet erg) en grijp in bij datgene wat ze nog niet kunnen. Voor het tussenliggende gebied -wat Vygotski de ‘naaste ontwikkeling’ noemt, dat wat een kind nog nét niet kan- geldt: hou het in de gaten, maar laat de jongen het zoveel mogelijk zelf uitzoeken. Tenzij het echt gevaarlijk is of veel hinder voor anderen oplevert. Jongens leren meer door fouten te maken, terwijl meisjes eerder de neiging hebben om fouten te voorkomen. Een voorbeeld: jongens bouwen een blokkentoren, steeds hoger en hoger, totdat hij omvalt. Ze kijken hoe ver ze kunnen gaan. Veel meisjes stoppen ergens op de helft om te voorkomen dat de toren omvalt. Leren via trial & error is typisch jongensgedrag: ze proberen iets uit en zien wel waar het schip strandt. En dat is niet zo gek, want door iets mee te maken maak je nieuwe verbindingen in je hersenen. ‘Al doende leert men’ geldt letterlijk voor jongens en daar moet ruimte voor zijn.’ 

 
En hoe zit het met de andere drie elementen: contact, ondersteuning en begrenzing?

‘Contact is in de eerste plaats vooral goed kijken; probeer écht te zien wat een jongen eigenlijk aan het doen is voordat je je aan zijn gedrag ergert en ingrijpt. Valt de blokkentoren voor de tiende keer met veel kabaal op de grond? Dan kun je honderd keer tegen een jongen zeggen dat de toren omvalt als hij hem te hoog maakt, maar om er iets van te leren moet hij dat zelf ervaren. In plaats van ‘Pas op, maak hem maar niet te hoog want dan valt hij om,’ kun je ook zeggen: ‘Hoe kun je de toren sterker maken zodat hij niet omvalt?’ Dát bedoel ik met ondersteunen.’ En begrenzen ligt min of meer in diezelfde lijn: waar mogelijk met de beweging meegaan en vervolgens een beetje bijsturen. Want alles maar goed vinden kan natuurlijk niet. Stel: je zoon roetsjt met een kussen van de trap af. Vanaf de hoogste trede is dat gevaarlijk; je wilt niet dat hij een arm breekt of erger. Maar vanaf de vijfde trede kan het geen kwaad. Kortom: sta hen toe om risico te nemen, maar niet te groot.’

 
Wat zijn de risico’s als jongens te weinig ruimte krijgen?

‘Als jongens niet de ruimte krijgen die ze nodig hebben om zich te kunnen ontwikkelen is de kans groot dat ze zich terug gaan trekken en dingen stiekem gaan doen, terwijl ze stilzwijgend denken: ‘ja moeder, nee moeder, goed moeder, barst moeder.’ Op dit gebied kunnen vaders een belangrijke bijdrage leveren; als moeder er alleen voor staat wordt dat voor haar te zwaar, met als gevolg dat zij zich sneller zal ergeren en een situatie sneller escaleert. Bovendien blijken vaders vaak iets meer risico aan te durven, zij grijpen minder snel in… Kortom: geef jongens voldoende ruimte én steun, dan krijg je krediet dat je weer kunt gebruiken om in te grijpen wanneer dat echt nodig is. Bovendien is het heel slecht voor het zelfbeeld van een jongen als hij voortdurend wordt afgerekend op competenties die van nature eerder ontwikkeld zijn bij meisjes. Denk bijvoorbeeld aan taal, fijne motoriek en concentratievermogen. Ze kunnen het gevoel krijgen dat ze het toch nooit goed kunnen doen en dat het dus niet meer uitmaakt hoe ze zich gedragen. En dat loopt in sommige gevallen volledig uit de hand.’

Kijk voor meer informatie over Lauk Woltring en zijn werk op: www.laukwoltring.nl

Door Carmen Kromosono
VADERS aanwezig | oktober 2017

 

Facebooktwitterlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

VADERS aanwezig

 

wordt mogelijk gemaakt door
Bureau Beschermjassen

 

een initiatief van het
Hendrik Pierson Fonds

 

 

 

Contact

Voor contact met de redactie van VADERS aanwezig, mail naar info@vadersaanwezig.nl

Archief
Nieuwsbrief
Op dit moment lezen 398 mensen onze nieuwsbrief. Wilt u ook de nieuwsbrief ontvangen? Meld u dan hier aan.


 

Volg ons op TwitterVolg ons op Twitter