Over het belang van vaderschap

Mijn dochter Britt

Mijn dochter Britt

Op mijn vijftiende leerde ik Melanie kennen op school. Ze was een jaar jonger, maar net als ik kwam ze vaak te laat en spijbelde ze veel. Regelmatig kwamen we elkaar tegen bij het kantoor van de rector en kregen een relatie die uiteindelijk anderhalf jaar duurde. Na een half jaar ontdekten we dat Melanie al vijf maanden zwanger was. Ik was zestien toen mijn dochter geboren werd.

 

Mijn eigen jeugd verliep niet bepaald vlekkeloos. Op mijn twaalfde werd ik uit huis geplaatst. Ik belandde in een crisisopvang en woonde daarna in verschillende leefgroepen. Toen ik vijftien was wilde ik een plekje voor mezelf, maar omdat ik minderjarig was moest ik toestemming vragen aan de rechter. Nadat ik die had gekregen, kon ik particulier een eigen woning huren.

 “Toen Melanie’s ouders hoorden dat ze zwanger was,
zetten ze haar uit huis”

In diezelfde periode kwamen we erachter dat Melanie al vijf maanden zwanger was. Toen haar ouders dit hoorden, zetten ze haar uit huis. Melanie kwam terecht in een privékliniek en vervolgens bij een tante van haar, wat uiteindelijk ook geen goede oplossing bleek te zijn. Ze ging terug naar haar ouders, maar dat liep wederom mis. Daarom trok ze tot aan haar bevalling bij mij in. Melanie was toen al bijna uitgerekend.

De bevalling was zwaar. Britt, onze dochter, liep een zenuwbreuk op, waardoor ze de eerste weken na haar geboorte haar linkerarm niet kon bewegen. Ook Melanie kreeg het lichamelijk zwaar te verduren. Na twee maanden in het ziekenhuis te hebben gelegen mochten ze naar huis, maar ik kon ze niet de intensieve zorg geven die ze nodig hadden.

 “Nadat ik zei dat ik minder wilde betalen toen ze een nieuwe vriend kreeg,
deed ze moeilijk over het contact met Britt”

Het leek ons het beste dat Melanie met Britt naar een tienermoederhuis in Zoetermeer zou gaan. Haar ouders wilden echter liever dat ze naar een tienermoederhuis van het Leger des Heils in Almere ging, wat voor mij veel verder weg was. Ik denk dat ze haar het liefst zo ver mogelijk uit mijn buurt wilden houden. Op het moment dat ze naar Almere vertrok hadden we nog steeds een relatie en de intentie om uiteindelijk samen voor Britt te zorgen.

Een maand later ging het uit tussen ons. Ik gaf Melanie maandelijks vier- à vijfhonderd euro voor Britt, die ik nog regelmatig zag. Maar nadat ik zei dat ik minder wilde betalen toen ze een nieuwe vriend kreeg, deed ze moeilijk over het contact met Britt.

 Ik mocht Britt bezoeken in het bijzijn van Melanie
en twee medewerkers van Jeugdzorg”

Op een gegeven moment nam Melanie’s gezinsvoogd contact met me op. Het ging niet goed met Melanie. In de leefgroep bij het Leger des Heils was ze aan de coke geraakt. De gezinsvoogd zei dat Britt bij mij kon komen wonen, wanneer ik een woning had die ruim genoeg was en kinderopvang had voor de dagen dat ik werkte. Toen ik een maand later alles geregeld had, zei dezelfde voogd tegen me: ‘Melanie is afgekickt. Britt kan gewoon bij haar blijven wonen.’ Ik had het helemaal gehad en moest even afstand nemen. In de zes maanden daarna zag ik Britt niet.

Toen ik aangaf dat ik Britt miste en haar graag weer wilde zien, mocht ik haar drie uren per drie weken bezoeken. Dit gebeurde op een kantoor van jeugdzorg en in het bijzijn van Melanie en twee medewerkers van jeugdzorg. Ook werden er camerabeelden gemaakt. In eerste instantie weigerde ik om mijn dochter onder deze voorwaarden te zien. Mijn vrienden hebben me uiteindelijk overgehaald om het toch te doen.

 “Peter Kuipers van Papsboem
bracht een omgangsregeling tot stand”

Na een aantal keren stopte Melanie deze bezoeken en zag ik Britt een jaar lang bijna niet. De jeugdzorg en het Leger des Heils konden niks voor me betekenen. Als ik Melanie belde nam ze niet op. Soms mocht ik Britt ineens wél zien. Wanneer ik een paar dagen later letterlijk de rekening gepresenteerd kreeg, begreep ik waarom. Zodra ik betaald had begon alles weer opnieuw. Ik liet het gebeuren, want dan zag ik Britt tenminste af en toe.

Via een kennis kwam ik in contact met Peter Kuipers van Papsboem, die binnen vier maanden een omgangsregeling tot stand bracht. Momenteel zie ik Britt elke twee weken drie uren. De ene week bij mij, de andere week in de leefgroep waar Melanie woont. Ze heeft een relatie met een man van negendertig, waarmee ze graag wil samenwonen. Ze moet dan de voogdij over Britt krijgen, die nu nog bij het Leger des Heils ligt. Hiervoor heeft ze mijn toestemming nodig. Ik vind het geen fijn idee dat Britt straks bij haar en een veel oudere man in huis woont, maar ik kan het niet tegenhouden.

 “Britt wordt opgevoed op een manier
waar ik niet achter sta”

Ik ben moe van de strijd. Britt is een geweldig kind voor wie ik alles heb gedaan, maar ik trek voortdurend aan het kortste eind. Eigenlijk heb ik helemaal geen band met mijn dochter. Ze wordt opgevoed op een manier waar ik niet achter sta. Maar wat kan ik doen? In de toekomst zie ik niks veranderen. Ik voel me machteloos. Soms denk ik: Ik vertrek naar het buitenland om daar vrijwilligerswerk te doen. Dan laat ik alles en iedereen hier achter me.

Persoonlijk verhaal van Robert
Namen zijn geanonimiseerd

Door Carmen Kromosono
VADERS aanwezig | oktober 2015

Facebooktwitterlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

VADERS aanwezig

 

wordt mogelijk gemaakt door
Bureau Beschermjassen

 

een initiatief van het
Hendrik Pierson Fonds

 

 

 

Contact

Voor contact met de redactie van VADERS aanwezig, mail naar info@vadersaanwezig.nl

Archief
Nieuwsbrief
Op dit moment lezen 454 mensen onze nieuwsbrief. Wilt u ook de nieuwsbrief ontvangen? Meld u dan hier aan.


 

Volg ons op TwitterVolg ons op Twitter