Wat is een communicatie partner en hoe word je er een?

Een communicatie partner is iemand die samen met een ander persoon communiceert, waarbij die ander moeite heeft met praten, begrijpen of zichzelf uitdrukken. Als communicatiepartner speel jij een actieve rol: jij past jouw manier van communiceren aan op de ander, zodat het gesprek écht werkt. Dat vraagt meer dan goed luisteren. Het vraagt geduld, bewustzijn en een aantal concrete vaardigheden.

Wanneer is iemand een communicatie partner?

De term communicatie partner kom je vooral tegen in de zorg en het onderwijs. Mensen met afasie, een hersenaandoening waarbij taal is aangetast, zijn sterk afhankelijk van een goede communicatiepartner. Hetzelfde geldt voor mensen die gebruikmaken van ondersteunende communicatie, ook wel OC genoemd. Dat zijn hulpmiddelen zoals pictogrammen, spraakcomputers of gebaren, die iemand helpen zich uit te drukken als praten niet goed lukt.

Een communicatie partner kan een familielid zijn, een vriend, een zorgverlener of een leerkracht. Iedereen die regelmatig praat met iemand die communicatieproblemen heeft, vervult deze rol, bewust of onbewust.

Waarom maakt een goede communicatiepartner zo veel verschil?

Veel mensen met communicatieproblemen worden onderschat. Ze begrijpen vaak meer dan ze kunnen uitdrukken. Als jij als communicatie partner te snel praat, zinnen afmaakt, of niet wacht op een antwoord, mis je wat de ander probeert te zeggen. Dat leidt tot frustratie aan beide kanten.

Wanneer jij jouw aanpak aanpast, geeft dat de ander de ruimte om mee te doen in het gesprek. Dat heeft een groot effect op het gevoel van eigenwaarde en zelfstandigheid van de persoon met wie je communiceert.

Hoe word je een betere communicatie partner?

Goed communiceren met iemand die dat moeilijk vindt, is een vaardigheid die je kunt leren. Hieronder staan concrete strategieën die je direct kunt toepassen.

  • Volg de leiding van de ander. Laat de persoon bepalen over welk onderwerp het gesprek gaat. Stel open vragen en wacht af.
  • Geef genoeg tijd. Wacht minstens tien tot dertig seconden voordat je het woord overneemt. Stilte voelt ongemakkelijk, maar is vaak nodig.
  • Maak zinnen niet af. Het is verleidelijk om te helpen, maar daarmee ontneem je de ander de kans om zichzelf uit te drukken.
  • Gebruik eenvoudige taal. Korte zinnen, één onderwerp per keer, geen ingewikkelde woorden.
  • Bevestig wat je begrijpt. Herhaal in je eigen woorden wat de ander zei. Zo controleer je of je het goed hebt begrepen.
  • Gebruik ondersteunende middelen. Wijs naar plaatjes, schrijf sleutelwoorden op of gebruik gebaren als dat helpt.
  • Praat met de persoon, niet over de persoon. Richt je altijd tot de persoon zelf, ook als er anderen bij zijn die makkelijker kunnen praten.
  • Vermijd betutteling. Gebruik geen babytaal of een overdreven zachte toon. Houd je toon normaal en respectvol.
  • Schakel andere zintuigen in. Oogcontact, een gebaar of een aanraking kan een gesprek ondersteunen.
  • Vraag hoe de ander het liefst communiceert. Niet iedereen heeft dezelfde behoeften. Vraag gewoon wat fijn is.

Kan je getraind worden als communicatie partner?

Ja, en dat gebeurt ook steeds vaker. In de zorg bestaat de zogeheten Communicatie Partner Training, ook afgekort als CPT. Dit is een training voor heel teams van zorgmedewerkers, gericht op het verbeteren van communicatievaardigheden met mensen die afasie hebben. Zulke trainingen laten zien dat communicatiepartnerschap geen aangeboren talent is, maar iets wat je kunt ontwikkelen met begeleiding en oefening.

Ook buiten de zorg groeit de aandacht hiervoor. Scholen, dagbestedingslocaties en revalidatiecentra bieden steeds vaker trainingen en workshops aan voor iedereen die werkt met mensen met communicatieproblemen.

Wat zijn valkuilen om te vermijden?

Zelfs goedbedoelde communicatiepartners maken fouten. De meest voorkomende zijn: te snel praten, te veel vragen tegelijk stellen, antwoorden invullen voor de ander, of de persoon negeren in een groepsgesprek. Ook het gebruik van ingewikkelde zinnen of jargon maakt communicatie moeilijker.

Een andere valkuil is aannemen dat iemand iets niet begrijpt, alleen omdat diegene het niet goed kan uitspreken. Begrijpen en kunnen spreken zijn twee verschillende dingen. Houd daar rekening mee.

Zo zet je het in de praktijk

Goed communicatiepartnerschap begint met bewustzijn. Merk op hoe jij reageert in een gesprek. Geef je voldoende ruimte? Pas jij je taal aan? Vraag je genoeg? Begin klein: kies één strategie en oefen die bewust een week lang. Daarna voeg je de volgende toe. Na verloop van tijd wordt het een gewoonte.

Of je nu een familielid bent van iemand met afasie, een zorgverlener of een begeleider op school: als communicatie partner maak je het verschil. Niet door perfect te zijn, maar door bewust aanwezig te zijn en de ander echt de ruimte te geven.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een communicatie partner en een tolk?
Een tolk vertaalt taal van de ene naar de andere taal. Een communicatie partner past zijn of haar eigen communicatiestijl aan zodat iemand met communicatieproblemen mee kan doen in een gesprek. Een tolk is een beroep, communicatiepartnerschap is een rol die iedereen kan vervullen.

Is een communicatie partner hetzelfde als een mantelzorger?
Niet per se. Een mantelzorger zorgt voor iemand in brede zin, een communicatie partner richt zich specifiek op de communicatie. Veel mantelzorgers zijn ook communicatiepartner, maar je hoeft geen mantelzorger te zijn om deze rol te vervullen.

Hoe lang duurt het voordat je goed bent als communicatie partner?
Er is geen vaste tijdsduur. Met bewuste oefening en de juiste strategieën merk je al snel verbetering. Trainingen zoals de Communicatie Partner Training in de zorg beslaan meerdere sessies en worden gevolgd door een heel team, zodat de aanpak consistent is.

Kun je ook communicatie partner zijn voor iemand zonder stoornis of aandoening?
De term wordt het meest gebruikt in de context van mensen met communicatieproblemen. Maar de onderliggende vaardigheden, goed luisteren, geduld hebben, afstemmen op de ander, zijn nuttig in elk gesprek. In die brede zin ben je altijd elkaars communicatiepartner.

Scroll naar boven