Met een prikpen knutselen doe je door een punt of naald te gebruiken om kleine gaatjes in materiaal te prikken, wat de basis vormt van allerlei knutseltechnieken. Een prikpen is een compact, handmatig gereedschap van meestal rond de 8 centimeter lang, precies handig genoeg om nauwkeurig mee te werken. Je gebruikt hem bij prikpapier, viltprojecten, scrapbooking en allerlei andere knutseltechnieken waarbij je een fijne punt nodig hebt.
Wat is een prikpen en hoe ziet hij eruit?
Een prikpen lijkt op het eerste gezicht op een dikke naald of een kleine priem met een handvat. Het handvat is stevig genoeg om goed vast te houden, terwijl de punt dun en scherp genoeg is om door papier, vilt of schuim te prikken zonder het materiaal te scheuren. Een standaard prikpen, zoals die in het basisassortiment van hobbyshops voorkomt, is doorgaans 8,3 cm lang. Dat maakt hem makkelijk te hanteren, ook voor jongere knutselaars.
De prikpen wordt los verkocht, één stuk per verpakking. Hij is niet eetbaar en heeft geen elektrische of mechanische onderdelen. Simpelheid is juist het sterke punt: je hebt er geen batterijen of extra gereedschap voor nodig.
Prikpen knutselen: welke technieken zijn er?
De bekendste techniek is prikpapier, waarbij je een afbeelding op papier legt en langs de lijnen kleine gaatjes prikt. Als je het resultaat tegen het licht houdt, zie je de afbeelding oplichten door de gaatjes. Dit is een populaire activiteit voor kinderen op de basisschool, maar ook volwassenen knutselen er graag mee voor kaarten, decoraties of lichtbakken.
Bij viltprojecten gebruik je de prikpen om vilt aan elkaar te bevestigen door wolvezel door het materiaal te werken. Let op: dit is een andere techniek dan naaldvilten, waarbij je een speciale viltnaaldenhouder gebruikt. Een gewone prikpen is daarvoor niet bedoeld en werkt minder goed. Wil je vilten, kies dan specifiek naalden die daarvoor gemaakt zijn.
Bij scrapbooking en kaartenmaken gebruik je de prikpen om decoratieve gaatjes te prikken in papier of karton, of om een sjabloon over te zetten op een ondergrond. Ook handig voor het doorboren van gaten voor draad of touw, zodat je onderdelen aan elkaar kunt rijgen.
Tips om goed te werken met een prikpen
Leg altijd een zachte onderlaag onder je werk, zoals een snijmat, een stuk vilt of een dikke laag kranten. Zo beschadig je de tafel niet en kun je de pen goed doorprikken. Zonder onderlaag lukt het prikken minder goed, omdat de pen terugveert.
Werk je met een afbeelding als sjabloon, zet die dan vast met een klein stukje tape. Dat voorkomt dat het papier verschuift terwijl je prikt. Prik de gaatjes regelmatig en op gelijke afstand van elkaar voor een mooi resultaat. Veel knutselaars gebruiken een liniaal of markeren de afstand van tevoren met een potlood.
Voor jonge kinderen is het verstandig om samen te knutselen, want de punt van een prikpen is scherp genoeg om te prikken in de vingers. Een snijmat als onderlaag en goede begeleiding maken de activiteit veilig en leerzaam.
Wanneer is een prikpen niet de juiste keuze?
Bij dikke materialen zoals dik karton, hout of meerdere lagen stof werkt een prikpen niet goed. De punt is te fijn en het handvat te klein om genoeg kracht te geven. In dat geval ben je beter af met een priem of een elektrische naaldpen. Ook bij naaldvilten heb je een ander gereedschap nodig, zoals eerder benoemd.
Een prikpen knutselen is op zijn best bij dunne materialen: papier, vilt, schuimrubber en karton tot een bepaalde dikte. Blijf je binnen die grenzen, dan is de prikpen een veelzijdig en betaalbaar stukje gereedschap dat je keer op keer kunt gebruiken.
Of je nu prikpapier maakt met kinderen of gedetailleerde gaatjespatronen prikt voor een kaart: met de juiste onderlaag, een goed sjabloon en een beetje oefening haal je mooie resultaten. Een prikpen is goedkoop, makkelijk te vinden in hobbyshops en geschikt voor wie net begint met knutselen.



