De meeste kinderen zeggen hun eerste woordje rond hun eerste verjaardag. Toch zijn de verschillen groot: het ene kind praat al vroeg, het andere doet er wat langer over. Wanneer kinderen praten hangt af van veel factoren, maar er zijn duidelijke mijlpalen waar je op kunt letten.
Al vóór het eerste woordje: de beginfase (0 tot 12 maanden)
Taalontwikkeling begint al direct na de geboorte. Een pasgeboren baby reageert op stemmen en geluiden. Rond twee tot drie maanden begint je baby te brabbelen en te kirren. Dit is geen toeval: je baby oefent de spieren die later nodig zijn voor praten.
Tussen zes en negen maanden wordt het brabbelen rijker. Je baby speelt met klanken zoals “bababa” of “dadada”. Dit lijkt op praten, maar zijn nog geen echte woorden. Wel is je baby al volop bezig met het begrijpen van taal. Hij of zij reageert op zijn naam en snapt eenvoudige woorden in een vaste context, zoals “dag dag”.
Rond tien tot twaalf maanden volgt dan het eerste echte woordje. Dat kan “mama”, “papa”, “nee” of iets anders zijn. Gemiddeld is een kind rond de twaalf maanden oud als dat eerste woordje klinkt.
Van woordjes naar zinnetjes (12 tot 24 maanden)
Na het eerste woordje breidt de woordenschat langzaam uit. Rond achttien maanden kent een peuter meestal een woordje of tien tot twintig. Sommige kinderen zeggen pas rond de achttien maanden hun eerste woordje. Dat is nog altijd binnen de normale ontwikkeling.
Tussen achttien en vierentwintig maanden ontdekt je kind dat alles een naam heeft. De woordenschat groeit dan vaak snel. Je kind begint ook twee woorden te combineren, zoals “mama weg” of “koekje meer”. Dit zijn de eerste echte zinnetjes.
Tegelijk begrijpt je kind veel meer dan het zelf kan zeggen. Het snapt eenvoudige opdrachten en volgt korte instructies op.
Wanneer praten kinderen in volzinnen?
Rond de twee jaar praten de meeste kinderen in korte zinnetjes van twee tot drie woorden. De woordenschat groeit snel, soms wel een paar nieuwe woorden per dag. Rond twee en een half jaar begint je kind langere zinnen te maken en stelt het volop vragen, “Wat is dat?” is een favoriet.
Op driejarige leeftijd kunnen de meeste kinderen verstaanbare zinnen maken van drie tot vier woorden. Vreemden kunnen hen voor een groot deel verstaan, al zijn er nog volop klanken die niet goed uitgesproken worden. Dat is normaal.
Rond het vierde levensjaar heeft een kind een flinke woordenschat en kan het een eenvoudig verhaal vertellen. De zinnen worden langer en ingewikkelder.
Praktische signalen om op te letten
Er is een groot verschil tussen kinderen. Toch zijn er momenten waarop het slim is om extra op te letten of hulp te zoeken. Let op deze signalen:
- Je baby brabbelt niet of nauwelijks rond de leeftijd van twaalf maanden.
- Je kind zegt geen enkel woordje rond vijftien maanden.
- Je kind combineert geen twee woorden rond de leeftijd van twee jaar.
- Je kind van drie jaar maakt geen begrijpelijke zinnetjes.
- Je kind lijkt taal niet te begrijpen en reageert niet op zijn naam.
- Je kind is begonnen met praten maar stopt er plotseling mee.
Zijn er één of meer van deze signalen? Neem dan contact op met de huisarts, het consultatiebureau of de jeugdgezondheidszorg. Vroeg ingrijpen maakt een groot verschil. Één op de vijf kinderen start de basisschool met een taalachterstand, en die is lastig in te halen.
Zo help je je kind met praten
Je kunt de taalontwikkeling van je kind op een natuurlijke manier stimuleren. Je hoeft daar geen speciaal programma voor te volgen.
Praat veel en vaak met je kind, ook als het nog niet antwoordt. Benoem wat je doet: “Ik pak een schone luier.” Lees elke dag voor, al vanaf de babytijd. Geef je kind de tijd om te reageren en wacht rustig af. Stel open vragen in plaats van ja-nee-vragen. En reageer enthousiast als je kind iets zegt, ook als het nog niet perfect klinkt.
Schermen, zoals tablets en telefoons, stimuleren de taalontwikkeling minder goed dan echt contact met mensen. Gesprekken, boekjes lezen en zingen zijn veel waardevoller.
Veelgestelde vragen over wanneer kinderen praten
Mijn kind is twee jaar en zegt nog maar een paar woordjes. Moet ik me zorgen maken?
Als een kind van twee jaar minder dan vijftig woordjes kent of geen twee woorden combineert, is het verstandig om dit te bespreken met de huisarts of het consultatiebureau. Dit betekent niet automatisch dat er iets mis is, maar eerder onderzoeken is altijd beter dan afwachten.
Leren meertalige kinderen later praten?
Meertalige kinderen leren soms iets later praten in één specifieke taal, maar de totale taalontwikkeling loopt gewoon mee. Ze leren twee talen tegelijk, wat even meer tijd kost. De algemene mijlpalen, zoals het eerste woordje en het combineren van woorden, gelden ook voor meertalige kinderen.
Praten meisjes eerder dan jongens?
Gemiddeld beginnen meisjes iets vroeger te praten dan jongens, maar de verschillen zijn klein en de individuele variatie is veel groter. Het geslacht van een kind zegt weinig over wanneer het precies zijn eerste woordje zegt.
Hoe weet ik of mijn kind een taalachterstand heeft?
Een taalachterstand betekent dat een kind duidelijk minder taalvaardig is dan andere kinderen van dezelfde leeftijd. Signalen zijn: weinig woordjes voor de leeftijd, moeite met het begrijpen van opdrachten, of zinnen maken die veel korter zijn dan bij leeftijdsgenoten. Een logopedist of de jeugdgezondheidszorg kan dit goed beoordelen.


